‘Stille’ armoede bij ouderen, zieken en gehandicapten: een steeds groter probleem. Cijfers en Statistieken

Son en Breugel – Ouderen die alleen AOW ontvangen leven regelmatig maar net boven het bijstandsniveau. Wanneer ouderen door hun beperkingen moeten verhuizen en ook niet meer in staat zijn om zelf te koken of de was te doen, dan zijn ze aangewezen op maaltijdvoorzieningen of extra inhuur van diverse (huishoudelijke) diensten. De combinatie van het lage inkomen, de hoge woonlasten en (in)directe zorgkosten maken het leven voor deze mensen vaak onbetaalbaar.

Bron | Mooi Son & Breugel | 15 april 2019 | Redacteur: Vivienne van Jaarsveld

Omvang onderzoeken
Samen met alle andere partijen heeft het CDA in de Raadscommissie Burgerzaken wethouder John Frencken gevraagd om de omvang van dit probleem in Son en Breugel te gaan onderzoeken. Mireille Bonnier, plaatsvervangend burgerlid raadscommissie burgerzaken CDA Son en Breugel, vertelt: “Er bestaat in Nederland een groep mensen van ongeveer 75 jaar en ouder, die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, maar te goed zijn voor het verpleeghuis. Zij worden gedwongen om te verhuizen naar dure aangepaste woningen of naar woonzorgcentra. Door de hoge huur en zorgkosten komen ze maandelijks geld tekort en bezuinigen zelfs op eten. Er zijn ouderen die drie dagen doen met een supermarktmaaltijd of enkel nog maar brood eten. Deze schrijnende gevallen zijn de harde werkelijkheid! Door de stijgende vergrijzing zal de omvang van deze groep alleen maar toenemen.”

Schaamte
“Het probleem wordt vergroot doordat dit een groep betreft, die gewend is niet te klagen of te vragen. Daarnaast zijn deze ouderen niet opgegroeid in de digitale wereld, is de aanvraag voor de regelingen ronduit ingewikkeld en bereikt de informatie over aanvullende financi√ęle mogelijkheden hen onvoldoende”, aldus Mireille. “Oud- wethouder Hans van Dijk heeft in Gemert, waar 1400 ouderen alleen van de AOW leven, een onderzoek naar stille armoede gedaan. Een derde deel daarvan heeft chronisch geld tekort. Exacte cijfers zijn niet te geven omdat veel ouderen niet over hun nijpende situatie praten uit schaamte en/of uit onwetendheid. Deze ouderen behoren tot een vergeten groep.”

Komt u er even niet meer uit?
Senioren met uitsluitend een AOW komen (behoudens de vermogenstoets) regelmatig in aanmerking voor diverse minimavoorzieningen. Denk daarbij aan vergoeding voor warme maaltijden, kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen etc. Heeft u als oudere moeite om rond te komen en wilt u eens met iemand praten over de ondersteunende mogelijkheden en financi√ęle regelingen die er voor u zijn? Of heeft u familie, vrienden of buren waarvan u weet of vermoedt dat ze het financieel zwaar hebben? Het Centrum Maatschappelijke Deelname (CMD) van de gemeente is h√©t loket voor alle vragen die men heeft op het gebied van wonen, welzijn en (jeugd)zorg. U vindt het CMD aan de Europalaan 22, waar alle professionele sociaal-maatschappelijke diensten samen onder √©√©n dak werken. Loop gerust eens binnen. Bellen kan ook: 0499-491470 of stuur een e-mail naar cmd@sonenbreugel.nl.

Op de agenda
Mireille: “De wethouder heeft de opdracht gekregen om het probleem in onze gemeente te onderzoeken. We zullen dat actief volgen. Wat het CDA betreft blijft het onderwerp armoede voorlopig op de agenda staan. Elke oudere die in stille armoede en vaak ook eenzaamheid leeft, is er √©√©n te veel. Laten we er als gemeente voor zorgen dat deze kwetsbare groep mensen gevonden √©n begeleid wordt, zodat er in Son en Breugel geen ‘stille’ armoede bij ouderen meer plaats hoeft te vinden!”

(einde artikel)

Ook Rijmond TV rapporteert:

“Mensen die geen medicijnen voor zichzelf haalden, omdat ze geld wilden overhouden voor kadootje voor hun kleinkind. Dan breekt mijn hart.”

Lees hier het hele artikel op Rijnmond RTV

 

‘Binnenlands Bestuur’ bericht dat er weinig beleid gericht is op de doelgroep:

Meer aandacht voor kinderen werkende armen

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) wil dat 70 procent van de kinderen van werkende armen in 2021 worden bereikt door de kinderarmoedevoorzieningen. In een brief aan de Tweede Kamer zet zij vier ambities met betrekking tot kinderarmoede uit.

Lees hier het hele artikel op Binnenlands Bestuur

 

Teije Brandsma voorlichter van Stichting Armoedefonds schrijft: CBS en SCP rapporteren verschillend over armoede:

Welke armoedecijfers zijn juist?

Het zijn verwarrende tijden voor wie zich beroepsmatig of vanuit sociale betrokkenheid interesseert voor de stand van de armoede in Nederland. Nederland telt twee aan de overheid gelieerde organisaties die periodiek en grondig onderzoek doen naar armoedetrends in Nederland: het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Geen enkele armoedebestrijdingsorganisatie heeft de kennis, mankracht en budgetten om de kwaliteit van hun onderzoek te overtreffen.

Beide organisaties hanteren echter verschillende criteria voor armoede. Het CBS vindt dat je als alleenstaande een ‚Äėlaag inkomen‚Äô hebt als je maandelijks 1.040 euro te besteden hebt. Het SCP stelt de armoedegrens op 1.135 euro (beide in 2017). Het SCP loopt daarnaast achter op het CBS. Het SCP kwam in november van dit jaar met armoedecijfers van 2016, terwijl het CBS enkele weken eerder al met cijfers over 2017 kwam.

Lees het hele artikel op @nrc

 

Hart van Nederland publiceert:

Meer Nederlanders (8,6%) lopen kans om in armoede terecht te komen

Veel Nederlanders werken zich een slag in de rondte, maar komen toch in armoede terecht. Na jaren dat het beter ging, is in 2017 weer een stijging van het aantal werkenden dat kans loopt op armoede. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Vooral zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) lopen risico om in armoede terecht te komen. In 2017 steeg het percentage zzp’ers met een armoederisico van 8,1 naar 8,6 procent.

Lees het hele artikel bij ‘Hart van Nederland’

De Lange Mars Plus bericht:

Armoede in Nederland blijft stijgen: 140.000 mensen bij voedselbanken

Lees het hele artikel en statistieken op de Lange Mars +

 

Volgens NIBUD, SCP en CBS:

Waar ligt de armoedegrens?

Bron: Sociaal Cultureel Planbureau 

Auteurs: Benedikt Goderis, Bart van Hulst en Stella Hoff

Twee referentiebudgetten

Er worden twee referentiebudgetten gebruikt om armoede vast te stellen. Beide budgetten geven aan hoeveel geld een alleenstaande nodig heeft voor onvermijdelijke of zeer wenselijke uitgaven. De budgetten zijn grotendeels gebaseerd op gegevens van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

Het basisbehoeftenbudget omvat de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken als voedsel, kleding en wonen. Ook de uitgaven aan andere moeilijk te vermijden posten, zoals verzekeringen en persoonlijke verzorging, zijn meegeteld. Het niet-veel-maar-toereikendbudget is iets ruimer. Dat houdt ook rekening met de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie, bijvoorbeeld een korte vakantie of het lidmaatschap van een sport- of hobbyclub. Deze uitgaven zijn niet strikt noodzakelijk, maar veel mensen beschouwen ze wel als zeer wenselijk (Goderis et al. 2018; Hoff et al. 2010). Het niet-veel-maar-toereikendbudget is nog steeds bescheiden. Luxegoederen, zoals een auto, ontbreken. In het vervolg van deze publicatie vormt het niet‚Äć-‚Äćveel-maar-toereikendbudget het uitgangspunt voor de armoedecijfers.

Herziening van de referentiebudgetten

Recent heeft het SCP de twee referentiebudgetten nauwkeurig tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast (zie voor een uitgebreide toelichting Goderis et al. 2018). We keken of belangrijke goederen en voorzieningen ontbraken. Of zaten er juist overbodige uitgaven bij? En waren de normbedragen nog wel actueel? Een grote aanpassing ten opzichte van de oude budgetten betreft het referentiebedrag voor de huur. Dit bedrag berekenden we opnieuw met gegevens van het WoonOnderzoek Nederland uit 2015. Dit leidde tot een vrij forse verhoging: in het oude referentiebudget ging het om 375 euro per maand (in 2014), in het nieuwe budget is het referentiebedrag 443 euro per maand (in 2017). Een andere aanpassing betreft de uitgaven aan voeding. Vanwege nieuwe inzichten van het Voedingscentrum over gezonde voeding, heeft het Nibud het budget voor voeding naar boven bijgesteld. Hierdoor stijgen de uitgaven met ruim 20 euro, van 180 euro per maand in 2014 naar ruim 200 euro per maand in 2017. Een derde aanpassing betreft de niet-vergoede ziektekosten. Voorheen was in het referentiebudget een bedrag opgenomen dat voor elk type huishouden hetzelfde was. In de nieuwe opzet zit dit vaste bedrag niet langer in het referentiebudget. In plaats daarvan trekken we de niet-vergoede ziektekosten nu van het inkomen af. Dit gebeurt deels aan de hand van een vast bedrag per persoon, maar is deels ook gebaseerd op de werkelijke kosten per huishouden. Hiermee wordt meer recht gedaan aan het feit dat de zorguitgaven sterk kunnen verschillen tussen mensen.

Grensbedragen

In 2017 kwam het basisbehoeftenbudget voor een alleenwonende uit op 1039 euro per maand en het niet-veel-maar-toereikendbudget op 1135 euro per maand (Goderis et al. 2018: 7-8). Voor andere jaren passen we deze bedragen aan op basis van de stijging van de gemiddelde uitgaven aan voeding, kleding en wonen. De tabel hieronder presenteert de budgetten voor een alleenstaande in 2017, uitgesplitst naar een aantal uitgavenposten.

Tabel 1Referentiebudgetten voor een alleenwonende, 2017 (maandbedragen in euro’s)

minimaal noodzakelijke kosten
huura 443
gas 60
elektriciteit 20
water 9
telefoon, televisie en internet 54
verzekeringenb 45
contributies en abonnementen 2
vervoer 14
kleding en schoenen 56
inventaris 74
onderhoud huis en tuin 24
voeding 201
was- en schoonmaakartikelen 6
persoonlijke verzorging 21
diversen 10
totaal minimaal noodzakelijke kosten 1039
additioneel pakket sociale participatie en ontspanningc
contributies en abonnementen 18,5
bezoek ontvangen 19,5
op bezoek gaan 5,5
vakantie/uitgaan 39
vervoer 13,5
totaal sociale participatie 96

aDit bedrag is de brutohuur, dus vóór aftrek van eventuele huurtoeslag. In de analyses wordt een fictief bedrag aan ontvangen huurtoeslag (passend bij deze brutohuur) bij het inkomen opgeteld.

bDe betaalde ziektekostenpremie (basispakket en eventuele aanvullende verzekering) is geen onderdeel van de post ‚Äėverzekeringen‚Äô, maar wordt ‚Äď net als de overige ziektekosten ‚Äď van het inkomen afgetrokken.

cHet totale budget voor de aanvullende kosten is lager dan de afzonderlijke posten bij elkaar opgeteld. Dit komt door afronding.

Bron:Nibud (2017: 95, 100)

Bedragen voor meerpersoonshuishoudens

Twee volwassenen hebben niet twee keer zoveel inkomen nodig als een alleenstaande. Meerpersoonshuishoudens profiteren van schaalvoordelen: de woonlasten per persoon zijn lager, net als de uitgaven aan meubels of voeding. Equivalentiefactoren maken de inkomens van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar. De equivalentiefactor voor een eenpersoonshuishouden is gelijk aan 1. Voor elke extra volwassene in het huishouden wordt aan deze factor 0,37 toegevoegd en voor elk minderjarig kind ongeveer 0,30.

Een besteedbaar inkomen van 1135 euro per maand voor een alleenstaande correspondeert dus met 1555 euro voor een paar zonder kinderen (1,37 x 1135 euro) en met 1850 euro voor een paar met één kind (1,63 x 1135 euro). Figuur 1 toont de bedragen die in 2017 bij de verschillende typen huishoudens horen.

Figuur 1Grensbedragen basisbehoeftencriterium en niet-veel-maar-toereikendcriterium voor diverse typen huishoudens, 2017 (netto maandbedrag in euro’s)

Gehanteerd inkomensbegrip

Armoede meten we door de grensbedragen af te zetten tegen het totale besteedbaar huishoudensinkomen in het kalenderjaar. Dit is het inkomen uit arbeid, uitkeringen en pensioenen (incl. vakantiegeld en eventuele andere jaarlijks ontvangen bedragen), min betaalde belastingen en premies. Ontvangen toeslagen (huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag), kinderbijslag, kindgebonden budget en ontvangen partneralimentatie zijn bij het inkomen opgeteld. Ziektekosten (inclusief zorgverzekeringspremies) en kosten van kinderopvang zijn van het inkomen afgetrokken, net zoals de betaalde partneralimentatie.

Herziening van het inkomensbegrip

Het SCP nam niet alleen de referentiebudgetten, maar ook het inkomensbegrip nader onder de loep (zie Goderis et al. 2018). Dit leidde tot een aantal verbeteringen. In de eerste plaats nemen we, zoals hiervoor al is aangegeven, in het referentiebudget geen vast bedrag meer op voor niet-vergoede ziektekosten. In plaats daarvan brengen we deze kosten nu in mindering op het inkomen. Op die manier houden we beter rekening met de variatie in zorguitgaven tussen mensen. De tweede verbetering betreft de kosten van kinderopvang. Deze trekken we nu, na verrekening met de ontvangen kinderopvangtoeslag, ook van het inkomen af. De derde verbetering is de afschaffing van de jaarlijkse afschrijving op de eigen woning. Dit is in navolging van het CBS (2017). Hierdoor neemt het besteedbare inkomen van huiseigenaren met gemiddeld 330 euro per maand toe. Binnen deze bevolkingsgroep is dan ook een daling van het aantal armen te verwachten. Een laatste aanpassing betreft de huurtoeslag. Het SCP telt niet langer de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag bij het inkomen op, maar een fictief bedrag: de huurtoeslag die het huishouden zou ontvangen wanneer de brutohuur gelijk zou zijn aan het referentiebedrag (zie tabel 1). Dit is consistent met het uitgangspunt van de SCP-armoedemethode: we kijken naar iemands middelen ten opzichte van een referentiebudget en niet naar zijn of haar daadwerkelijke bestedingen (Goderis et al. 2018: 14-15).

Gebruikt databestand

Voor de analyses gebruiken we het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het IIV bevat administratieve gegevens van de hele bevolking. Deze zijn voornamelijk afkomstig van de Belastingdienst. Daarin schuilt direct ook een beperking: inkomsten die niet bij de Belastingdienst bekend zijn, worden niet in de berekeningen meegenomen. Denk aan inkomsten uit het grijze of zwarte circuit, financi√ęle ondersteuning van ouders aan hun zelfstandig wonende kinderen of kinderalimentatie.

 

sharingcaring

%d bloggers liken dit: