Eerste Antimicrobial Resistance Benchmark

De benchmark neemt de dertig belangrijkste spelers op het gebied van ontwikkeling en productie van antibiotica onder de loep: acht farmaceutische multinationals, twaalf biofarmaceutische bedrijven en tien producenten van generieke medicijnen. De benchmark meet en vergelijkt op drie criteria:

  1. onderzoek en ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen resistente ziekteverwekkers
  2. verantwoorde productie van antibiotica
  3. strategieën die nieuwe antibiotica daar brengen waar ze nodig zijn en tegelijkertijd verstandig gebruik stimuleren
Koplopers

Onder de research-gedreven farmaceuten gaan GSK en Johnson & Johnson aan kop. GSK heeft de meeste nieuwe antibiotica in de pijplijn, ook tegen ziekteverwekkers die volgens de Wereldgezondheidsorganisatie de hoogste prioriteit hebben in de strijd tegen antibioticaresistentie. Bovendien heeft GSK, net als Shionogi, het bonussysteem volledig losgekoppeld van de verkoopvolumes van antibiotica. Vertegenwoordigers hebben niet langer een prikkel om veel antibiotica te verkopen. Johnson & Johnson richt zich vooral op tuberculose. Het bedrijf heeft een baanbrekend geneesmiddel voor multiresistente tuberculose. En in landen waar de ziekte veel voorkomt, zorgt het dat dit medicijn gericht wordt verstrekt en dat het ziekteverloop bij patiënten wordt gevolgd.

Toegankelijk, betaalbaar en verantwoord

Biofarmaceutische bedrijven hebben een essentiële rol in het ontdekken van nieuwe antibiotica. Van de twaalf bedrijven die de benchmark vergeleek, presteert het Amerikaanse Entasis het best. Want het bedrijf maakt al in een vroeg stadium plannen om nieuwe medicijnen toegankelijk te maken en verantwoord in te zetten. Een fors deel van de antibiotica die op dit moment worden verkocht, komt van producenten van generieke geneesmiddelen. Vergeleken met de andere bedrijven is deze groep weinig transparant. De koplopers in deze categorie maken gerichte keuzes in de strijd tegen antibioticaresistentie, door te focussen op betaalbaarheid of verantwoord gebruik.

Belangrijkste bevindingen uit de benchmark
  • Er zijn 28 nieuwe antibiotica in een vergevorderd stadium van ontwikkeling, die precies de ziekteverwekkers aanpakken die hoog op de prioriteitenlijst staan van de Wereldgezondheidsorganisatie en het Amerikaanse instituut voor ziektebestrijding en -preventie (CDC). Voor maar twee van deze 28 potentiële medicijnen liggen ook plannen klaar om ervoor te zorgen dat ze betaalbaar zijn én verantwoord worden gebruikt zodra ze op de markt komen.
  • Bijna de helft van de onderzochte bedrijven brengt resistentiepatronen in kaart. In 147 landen wordt de resistentie gemonitord. Longontsteking wordt het best in de gaten gehouden en Pfizer heeft de meeste monitoringprogramma’s.
  • Acht bedrijven stellen grenzen aan de hoeveelheid antibiotica die in afvalwater mag zitten. Vier bedrijven eisen dat ook hun leveranciers aan die normen voldoen. Dat zijn GSK, Johnson & Johnson, Pfizer en Roche. Gedetailleerde informatie over deze limieten ontbreekt echter nog en geen enkel bedrijf geeft gegevens vrij over wat er in de praktijk wordt geloosd.
  • Vier bedrijven zijn bezig om het bonussysteem van hun vertegenwoordigers los te koppelen van de hoeveelheid antibiotica die ze verkopen. GSK en Shionogi hebben dat wereldwijd volledig gescheiden, Pfizer probeert het uit op een aantal locaties en Novartis werkt op dit moment aan een aangepast systeem.

De Antimicrobial Resistance Benchmark is mogelijk gemaakt met financiële steun van het Engelse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Meer weten
• Antimicrobial Resistance Benchmark 2018
• Amrbenchmark.org

Bron: Rijksoverheid

%d bloggers liken dit: